Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

in gesprek met .... Arjo Bronkhorst, Gerco van de Brug, Renger Hazeleger en Wouter Vermeulen

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Retourladen: de sleutel tot steeds duurzamer transport

De VanDrie Group heeft een groot netwerk van grondstofleveranciers en kalverhouders in West-Europa. Jaarlijks rijden de vrachtwagens van drie vaste logistieke partners zo’n drie miljoen kilometer om kalverhouders in heel Nederland te voorzien van kalvervoeders. Sinds de eerste vracht, zo’n vijftig jaar geleden, is er samen veel geleerd, ontwikkeld en verbeterd om de CO2-impact van deze vloot te reduceren. 

Wouter Vermeulen is als operationeel manager voor Alpuro en Navobi de spin in het web als het gaat om de productielocaties, bevoorrading en transport. Samen met logistiek partners Arjo Bronkhorst (HBT), Gerco van de Brug (Van de Brug) en Renger Hazeleger (Van Veluw) werkt hij samen aan het steeds slimmer en efficiënter inrichten van de logistieke stroom. Een goede relatie met wederzijds en onderling vertrouwen speelt hierin een steeds belangrijkere rol.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten bij het transporteren van kalvervoeders?

Vermeulen: ‘GMP+ is voor de VanDrie Group een belangrijke kwaliteitsnormering. Dat geldt ook voor ons transport. Hierin zijn richtlijnen opgenomen waaraan iedere chauffeur moet voldoen om de voedselveiligheid van diervoeders te kunnen garanderen. Bijvoorbeeld op welke manier bepaalde producten moeten worden geladen en gelost met behoud van kwaliteit en welke schoonmaakregimes nodig zijn tussen iedere lading in. Dat vraagt een specifieke vakbekwaamheid van de chauffeur.’

Hazeleger: ‘Daarnaast is het voor ons, maar ook voor de VanDrie Group, belangrijk dat de chauffeur de taal van de kalverhouder spreekt en weet wat er omgaat in de agrarische sector. Een chauffeur is namelijk het verlengstuk tussen de VanDrie Group en de klant.’

Zijn er ook aandachtspunten bij het inplannen van transport?  

Vermeulen: ‘De bestellingen van kalvervoerders, waarvan we het merendeel binnen Nederland en naar Duitsland en België transporteren, proberen we zoveel mogelijk intact te houden en niet op te knippen. De ideale situatie is één rit voor één klant met maximale belading. Het is natuurlijk zonde om met 30 ton capaciteit, slechts met 28 ton te vertrekken. We zijn daarvoor uiteraard wel afhankelijk van de capaciteit bij kalverhouders, maar ook door hen is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in opslagcapaciteit om het aantal transportbewegingen te verminderen.

Met retourladen brengen we een eindproduct weg en laden we een grondstof voor onze voeders terug met één en dezelfde wagen.

Een belangrijke ontwikkeling die heeft gezorgd voor meer efficiëntie is retourladen – het mee terugnemen van andere ladingen. Hoe is het retourladen ontstaan en hoe werkt het in de praktijk?

Vermeulen: ‘Zo'n twintig jaar geleden was het transport van onze uitstroom van kalvervoeders en de instroom van grondstoffen nog gescheiden. Dat kon in de praktijk betekenen dat halverwege een route een lege vrachtwagen en een volle vrachtwagen elkaar kruisten. Dat is natuurlijk niet bepaald efficiënt. Met retourladen brengen we een eindproduct weg en laden we een grondstof voor onze voeders terug met één en dezelfde wagen. Dat vraagt iets meer planning en flexibiliteit, maar levert aanzienlijk minder reisbewegingen op. Door goede samenwerking tussen transporteurs en andere stakeholders worden we steeds efficiënter en daarmee duurzamer. Als VanDrie Group stimuleren we ook dat Gerco, Renger en Arjo vervolgvrachten meenemen die niet voor de VanDrie Group bedoeld zijn.’

Hazeleger: ‘Dat betekent in de praktijk dat mijn chauffeurs voor Tentego dagelijks naar Noord-Duitsland rijden met een vracht kalvermelkpoeder en terugkomen met wei-poeder uit een zuivelfabriek in de omgeving. Ieder product dat vervoerd wordt heeft een eigen IDTF-code  en krijgt daarmee ook een eigen reinigingsregime volgens de GMP+-standaard. Dat betekent dat we voor kalvermelkpoeder en wei-poeder de compartimenten tussendoor veegschoon, met een bezem, moeten reinigen.’

Bronkhorst: ‘Ons materiaal, ook de wagens van Gerco en Renger, onderscheidt zich door de compartimenteerde trailers. Onderling hebben we wagens met twee tot wel elf compartimenten. Dit is belangrijk om gescheiden vrachten mee te kunnen nemen. Transport met retourladingen vraagt van ons om aanpassingen in ons materiaal. De standaard tanks waarmee wij onze producten bij de kalverhouder te brengen zijn niet altijd geschikt om ook de retourproducten te vervoeren.’

Van de Brug: ‘Klopt. Wanneer je rijdt met kleinere - en dus meer - compartimenten, dan is het minder makkelijk om tijdens de rit terug een nieuwe lading mee te nemen. Ook treden er eerder complicaties op. Zo kan een compartiment sneller overstromen tijdens het retourladen, bijvoorbeeld. Voor een efficiënt transport is de beschikbaarheid van het juiste materiaal dus van groot belang.’

De VanDrie Group werkt samen met drie verschillende transporteurs met min of meer dezelfde kwaliteiten. Waarom is er niet gekozen voor één en dezelfde transporteur?  

Vermeulen: De relaties met HBT, Van de Brug en Van Veluw gaan al vele jaren terug - nog voordat Alpuro, Tentego en Navobi onder de VanDrie-vlag vielen. Wij hechten veel waarde aan die relatie en hebben samen met Arjo, Renger en Gerco een samenwerking gevonden waarin ook zij steeds meer samenvloeien. Waar zij eerder nog meer drie losse transportondernemingen waren, zie ik ze veel meer als een transportcombinatie. Dat is voor ons heel waardevol.’ 

Bronkhorst: ‘We zagen elkaar voorheen meer als concurrenten, maar sinds enige tijd zijn we veel meer op zoek gegaan naar wat we gemeenschappelijk hebben en hoe we er met elkaar voor kunnen zorgen dat de VanDrie Group op één komt. We hebben samen zo'n honderd jaar ervaring in transport. Dan kun je veel van elkaar leren. Dat is voor ons heel belangrijk, maar ook voor de VanDrie Group.’

Van de Brug: ‘We zijn nauwer gaan samenwerken op ritniveau. Ook op het gebied van kennisuitwisseling zijn we nader tot elkaar gekomen. We hanteren een en dezelfde kwaliteitsstandaard en leren van elkaars innovaties op het gebied van duurzaamheid.’

Wat levert de goede onderlinge samenwerking, innovatie op slimmer laden en de technische ontwikkelingen qua CO2-reductie op?

Vermeulen: ‘Ik schat dat we per jaar zo'n drie miljoen transport kilometers maken met gereed product in Nederland, België en Duitsland. De grootste bron van CO2-uitstoot kan door middel van retourladen worden beperkt. Inmiddels levert het een besparing op van minimaal 12 à 13 procent. Dat zijn significante resultaten en het einde is nog niet in zicht. Samenwerking binnen de VanDrie Group maar ook met en tussen ketenpartners is hiervoor heel belangrijk. Denk aan een gedegen transportplanning en een goede afstemming met onze inkoopafdeling en productielocaties. Maar ook transporteurs en tankbouwer die samen nadenken over aanpassingen in de laadmogelijkheid van grondstoffen.’

Ook wij kunnen als transporteur beter gebruik maken van data.

Welke kansen en ontwikkelingen zien jullie voor de toekomst?

Vermeulen: ‘Voor de VanDrie Group zie ik vooral nog kansen om voorspellend vermogen te creëren. De voedselbehoefte van een kalf is bijvoorbeeld afhankelijk van diverse variabelen op stalniveau. Als we door middel van data gemakkelijker kunnen voorspellen wat de behoefte van de kalverhouder is, dan kunnen we deze data vertalen naar de volumes die we moeten produceren en dus transporteren.’

Van de Brug: ‘Dat zou voor ons ideaal zijn. Zo zouden wij bijvoorbeeld al retourvrachten kunnen aannemen voor ritten die nog niet gepland staan, maar waarvan we zeker zijn dat ze komen. Ook wij kunnen als transporteur beter gebruik maken van data. Denk aan het beter in kaart brengen van de dagafstand, lege kilometers, CO2-reductie, laad- en lostijden en de uren dat de wagen niet rijdt.  Door hierover kennis uit te wisselen, onderling maar ook door te leren van andere sectoren, kunnen we samen toewerken naar meer besparen.’

Bronkhorst: ‘We rijden allemaal al met de meest zuinige Euro 6-motoren. Elektrisch is voor afstanden van zo’n 700 à 800 kilometer per dag nog geen optie. Ik zie met name op het vlak van brandstof kansen om winst te boeken. Inmiddels bestaat er HVO [red. een biodiesel met 89 procent CO2 reductie] die te mengen is met reguliere diesel. Daarnaast hebben we jaren geleden iemand aangenomen om bij onze chauffeurs meer bewustwording rondom duurzaam rijgedrag. We rijden nu maximaal 85 kilometer per uur, wat een besparing heeft opgeleverd van 2,4 kilometer per liter brandstof naar 3,4 kilometer per liter.’

Hazeleger: ‘Voor de korte termijn zie ik ook vooral veel kansen op het gebied van alternatieve brandstoffen. Zo wordt er vrijdag bij ons een nieuwe vrachtwagen geleverd die rijdt op LNG. Dat is een vloeibaar gas dat twintig procent minder CO2 uitstoot. Ook kijken we naar de mogelijkheid om bio-LNG te tanken. Dan zet je een stap naar honderd procent CO2-reductie.’