Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

In gesprek met .... Ruth Bouwstra (CCQO) en dierenartsen Bjorn Roelofs en Jos van Arkel

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Kwaliteitsverbetering in de keten: meten is weten

Kwaliteit staat aan de basis van alle producten die de VanDrie Group levert. Om de positie van de VanDrie Group op gebied van kwaliteit verder uit te bouwen, is een nieuwe functie gecreëerd. In oktober 2020 startte Ruth Bouwstra - door corona volledig vanuit huis - als Corporate Chain Quality Officer om de kwaliteitsstructuur en borging in de keten verder te verbeteren. In haar functie speelt de samenwerking met onafhankelijke dierenartsen als Jos van Arkel en Bjorn Roelofs van Dierenkliniek Den Ham een belangrijke rol. Een driegesprek over dierenwelzijn, diergezondheid, data en de kansen die dit biedt voor het benutten van de kracht van de keten.   

2020 was voor iedereen een bijzonder jaar. Welke invloed heeft Covid-19 gehad op uw werkzaamheden? 

Bouwstra: ‘Het was een ongewoon begin van een nieuwe baan. Ik ben iemand die graag het contact opzoekt. Zodra het straks weer mag, heb ik nog veel handen te schudden.’

Roelofs: ’Veel van onze bedrijfsbezoeken gingen gewoon door. Zieke dieren kun je niet onthouden van zorg. Wel was het door een verminderde vraag naar kalfsvlees rustiger in de stallen. Ook waren de periodes tussen de rondes [red. periode dat een groep kalveren bij een kalverhouderij verblijft] langer waardoor de stallen vaker leeg stonden.’

Van Arkel: ‘Door de coronacrisis heb ik gemerkt hoe belangrijk de rol van een kop koffie aan de keukentafel is in mijn werk. Juist het persoonlijk overleg binnen de context van een bedrijf is een belangrijke graadmeter om te bepalen hoe het met de familie gaat. Mijn ervaring is dat wanneer daar alles op orde is, de kalverhouder ook in de stal optimaal presteert. Dat de gesprekken aan de koffietafel wegvielen, maakte het voor ons als dierenarts soms lastiger om beslissingen te nemen.’

U werkt alle drie aan het verbeteren van diergezondheid en het borgen van diergezondheid in de keten van de VanDrie Group. Wat zijn hierbij de belangrijkste aandachtspunten?

Van Arkel: ‘Wanneer wij een kalverhouderij bezoeken dan beoordelen wij ieder kalf individueel op een aantal punten zoals; de levendigheid, de vacht en of een kalf goed eet en drinkt. Vervolgens kijken we of de weerstand van het kalf op peil is en of het kalf het transport en verandering van locatie goed heeft doorstaan.’

Roelofs: ‘Eigenlijk begint ons werk al voordat een nieuw koppel [red: groep kalveren] de stal betrekt - tussen de rondes door. Dan evalueer ik samen met de kalverhouder wat de vorige keer goed ging en wat beter kan. Het bedrijfsgezondheidsplan speelt hierbij een belangrijk rol. Het is een verplichte evaluatie waarin punten zoals diergezondheid, stalklimaat en antibioticagebruik vermeld staan. Zo til je door goed samenspel tussen kalverhouder, de rayonbeheerder vanuit de VanDrie Group en dierenarts een bedrijf naar een hoger plan. Juist dat vormt de kracht van een ketenintegratie.’

Bouwstra: ‘Het borgen van diergezondheid is voor onze keten één van de belangrijkste pijlers. In de keten van de VanDrie Group staat het dier centraal; gezond voer geeft gezonde dieren en gezonde dieren leveren kwalitatief hoogwaardige producten. Dat diergezondheid en dierenwelzijn weleens met elkaar op gespannen voet staan, is soms lastig. Neem bijvoorbeeld het buitenlopen: voor dierenwelzijn vaak positief, voor diergezondheid en duurzaamheid minder. Met buitenlopen neemt het risico op dierziektes toe, door bijvoorbeeld direct contact met wilde dieren. Toch zijn er ook veel mogelijkheden om tot verbeteringen te komen zonder dat die direct leiden tot een verhoogd risico van dierziektes. Goede informatie en de juiste interpretatie hiervan door onafhankelijke dierenartsen zoals Bjorn en Jos, helpt ons bij de monitoren van diergezondheid en het nemen van de juiste beslissingen op weg naar verdere verbetering.’

Vanuit het stevige fundament bouwen we verder aan een organisatie waarbij kwaliteitsbeleid proactief wordt uitgebouwd, vanuit een intrinsieke motivatie om voorloper te kunnen zijn én blijven.

Welke kansen zien jullie voor de VanDrie Group om de kracht van de keten nog beter te benutten voor de borging en verbetering van diergezondheid?

Bouwstra: ‘Voor een toekomstbestendige organisatie is het belangrijk dat kwaliteit niet alleen gedreven wordt door externe factoren zoals klanten en wetgeving. Ons kwaliteitssysteem Safety Guard faciliteert een manier van werken waarbij kwaliteitsdenken verder gaat dan het voldoen aan deze basiskwalificaties. Vanuit dat fundament bouwen we verder aan een organisatie waarbij het kwaliteitsbeleid proactief wordt uitgebouwd, vanuit een intrinsieke motivatie om op belangrijke thema’s voorloper te kunnen zijn én blijven.’

Bouwstra: ‘Ik zie een grote kans in het beter benutten van de vele datastromen in onze keten. Met de kennis en kunde die de VanDrie Group in huis heeft, onderzoeken we op welke manier we deze data nog meer en beter kunnen benutten en - indien nodig - moeten aanvullen. Om naast diergezondheid, ook voedselveiligheid, dierenwelzijn en duurzaamheid verder te verbeteren. Je kan pas zaken verbeteren als je weet wat precies beter kan. Meten is weten. Dat begint met een objectieve manier van data vastleggen. Daarbij maken we gebruik van de expertise die in onze groep al aanwezig is en werken we nauw samen met Labora, het onafhankelijke laboratorium van de VanDrie Group.’

Van Arkel: ‘Wat betreft het gebruik van data kan de VanDrie Group leren van bijvoorbeeld de pluimveesector, waar data al wordt ingezet bij het formuleren van parameters op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid. In de kippenstal kun je tegenwoordig bijna per minuut aflezen hoe het met een koppel kippen gaat.’

Roelofs: ‘Als dierenarts ben je continu bezig om, in samenwerking met rayonbeheerders, data over diergezondheid te verzamelen. Denk aan HB-gehalte in het bloed, voeropname, maar ook wanneer je verderop in de keten kijkt naar slachtgegevens zoals karkasgewicht, bevleesdheid, vetbedekking en vleeskleur. De VanDrie Group kan deze data verwerken tot kwalitatieve informatie zodat deze ketenbreed kan worden gedeeld’.

De stem van een dierenarts mag best wat vaker gehoord worden in maatschappelijke discussies over dierenwelzijn en -gezondheid.

Hoe zorgen jullie er samen voor dat deze kwaliteit op het gebied van dierenwelzijn en dierengezondheid gewaarborgd blijft, nu en in de toekomst?

Roelofs: ‘Voor het behoud van het bestaansrecht van de kalverhouderij moeten we blijven inzetten op kwaliteitsverbetering. De VanDrie Group zou hier een bijdrage aan kunnen leveren door kennis en data beschikbaar te stellen voor onderzoek en nascholing.’

Van Arkel: ‘Ook als dierenarts kunnen wij daar een rol in spelen, door bijvoorbeeld beter te communiceren over wat wij doen en zien op een bedrijf. Daarbij mag de stem van een dierenarts best wat vaker gehoord worden in maatschappelijke discussies over dierenwelzijn en diergezondheid.’

Bouwstra: ‘De kalversector draagt bij aan de rol van Nederland in het leveren van kwalitatief hoogwaardig voedsel. Het is onze overtuiging dat juist de Nederlandse mentaliteit en het bijbehorende ondernemerschap nodig zijn om te innoveren, ook in de veehouderij. De Nederlandse kennis en kunde helpen om stappen te zetten in het borgen van diergezondheid, dierenwelzijn, voedselveiligheid en duurzaamheid in de veehouderij... Gezamenlijk kunnen we uitdragen dat Nederland een land is waar kwalitatief hoogwaardige producten steeds duurzamer geproduceerd worden en er tegelijkertijd continu gewerkt wordt aan verbetering van diergezondheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid. Ook dat wat de VanDrie Group levert, moet veilig zijn en verantwoord geproduceerd. Stakeholders mogen van ons ook verwachten dat we continu nadenken over verbeteringen en hoe we deze toepassen. Daarom is het belangrijk om kwaliteit te blijven ontwikkelen, bijvoorbeeld via het beter benutten van data, investeren in nieuwe onderzoekstechnieken zoals genoom analyses om genetische samenstelling van een organisme, cel of virus in kaart te brengen of juist kennisdeling te stimuleren tussen schakels. Zo werken we aan een volgende stap in het kwaliteitsdenken binnen onze keten.’