Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

In gesprek met… Hoofd R&D Wiebe Mulder en stallenbouwer Gerard van Beek

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Aan het roer van het R&D-team staat Wiebe Mulder, die samen met acht collega’s dagelijks de state-of-the art onderzoeksfaciliteit gaat gebruiken. Het testen van voederconcepten vormt de hoofdmoot van de R&D-inspanningen. Voor de bouw van Drieveld werd nauw samengewerkt met Gerard van Beek, van het familiebedrijf G. van Beek en Zn. Totaalproject B.V.. Door zijn kennis van stalsystemen, smart farming en kalveren, voldoet Drieveld niet alleen aan strikte duurzaamheidseisen, maar is het ook ingericht zodat Mulder en zijn team onderzoek kunnen verrichten met behulp van de meest moderne technologieën.

Naast een legio aan onderzoeksmogelijkheden, was een zichtgedeelte in de stal in het ontwerp een vereiste – enerzijds voor het vergemakkelijken van samenwerking en kennisdeling, anderzijds om leveranciers, klanten en stakeholders te laten zien waar in Drieveld aan gewerkt wordt en zo feiten over de sector beter uit te leggen.

Samen blikken de heren terug op een bewogen samenwerking en kijken zij vooruit naar de rol die Drieveld heeft in het versnellen van de verduurzaming van de sector.

Drieveld werkt op het snijvlak van onderzoek en praktijk. Wat betekent dit?

Mulder: ‘Drieveld heeft een stal zodat wij nieuwe voederconcepten direct in de praktijk kunnen uittesten. Daarbij zoeken we antwoord op hele praktische vragen. Hoe kan voeding bijvoorbeeld bijdragen aan een betere diergezondheid of hoger dierenwelzijn? Hoe kunnen we voerpakketten ontwikkelen met efficiëntere voederconversie en een betere kostprijs? Er komen echter ook steeds meer vragen bij op het vlak van duurzaamheid. Hoe kunnen we met een andere voersamenstelling bijdragen aan lagere stikstof-, methaan- en ammoniakemissies op de houderij?

Tegelijkertijd houden we ons bezig met fundamenteel onderzoek dat gericht is op de langere termijn. Denk aan grondstoffen die op termijn niet meer beschikbaar zijn en waar alternatieven voor moeten komen. Of de invloed die voeding kan uitoefenen op pathogenen [ziekteverwekkers] in de keten. Daarvoor werken we veel samen met leveranciers en klanten, maar ook met andere onderzoeksinstellingen.’

Mulder: ‘Dat had met een aantal zaken te maken. In Nederland moesten we door de nodige vergunningenprocedures heen voordat de bouw kon starten. Daarnaast hebben we veel overleg gehad met partijen in de omgeving van Drieveld. Denk aan de provincie, de gemeente, maar zeker ook inwoners van Uddel. Enerzijds om te zorgen voor een landschappelijke inpassing van het bedrijf, maar anderzijds ook om uit te leggen wat het doel van Drieveld is en wat we daadwerkelijk gaan doen.

En, eerlijkheid gebied te zeggen dat we met het oog op de onderzoeksmogelijkheden ook een behoorlijke wensenlijst hadden voor de inrichting van Drieveld zelf. We hebben het Gerard niet makkelijk gemaakt.’

Wat was die wensenlijst met onderzoeksmogelijkheden?

Van Beek (lachend): ‘Heb je even? De hele stal is ingericht om meerdere onderzoeken tegelijkertijd te doen, bij kalveren van verschillende leeftijden. De stal is daarvoor ingedeeld in vijf afdelingen, waarvan drie voor onderzoek naar kalveren in de kalversector en twee voor onderzoek naar de opfokfase van kalveren in zowel de vleeskalverhouderij als melkveehouderij. Een normale stal heeft één voerkeuken, Drieveld heeft er maar liefst drie, zodat het onderzoeksteam meerdere soorten voer eenvoudig kan toedienen.’

Mulder: ‘Dat laatste is een heel belangrijk onderdeel. Niet alleen kunnen we meerdere onderzoeken tegelijkertijd uitvoeren, maar ook kunnen we invulling geven aan een van onze onderzoeksthema’s: het verzamelen en registreren van individuele data van de dieren. Hierdoor weten we wat het effect is van de verschillende voersamenstellingen, op diergezondheid en dierenwelzijn, maar ook op de uitstoot van emissies. We noemen dit ook wel smart farming. Op basis van de kennis die we opdoen kunnen we onze voerpakketten beter laten aansluiten op de behoeften van onze klanten.’

Met het oog op de toekomst is samenwerking met de melkveehouderij en onderlinge uitwisseling van kennis en data essentieel. Gezonde, vitale dieren is in ons allerbelang.

Voor de melkveehouderij produceert de VanDrie Group melkvee-opfokvoeders, en neemt op haar beurt stierkalveren af om deze te verwaarden. Daarmee is de melkveehouderij een belangrijke klant én leverancier van de VanDrie Group. Hoe vertaalt dit zich naar Drieveld?

Mulder: ‘De melkveehouderij zien we zelfs meer als partner. Met het oog op de toekomst is samenwerking met de melkveehouderij en onderlinge uitwisseling van kennis en data essentieel. Gezonde, vitale dieren is in ons allerbelang. Elk melkveebedrijf is weer anders en maakt andere keuzes. Wij testen verschillende concepten en willen onze opfokvoeders blijven verbeteren. Welke voeders in welke omstandigheden toegepast moeten worden, of deze veel of juist weinig zuivelgrondstoffen moeten bevatten, en wat het ideale eiwitgehalte is; dat zijn vragen die ons bezig houden.’

Dochterbedrijf Alpuro Breeding staat aan de overkant van de straat. Hoe zoekt u daar de verbinding?

Mulder: ‘Alpuro Breeding en Schils zijn de kalveropfokspecialisten binnen de VanDrie Group. Het totaalconcept van Alpuro Breeding voorziet de melkveehouder in vrijwel alles wat hij of zij nodig heeft voor een geslaagde kalveropfok. Niet alleen kwalitatief hoogwaardige voederproducten maar ook deskundig advies en begeleiding. De kennis en ervaring die wij ontwikkelen op het gebied van voeding maar ook diergezondheid, kunnen we zo snel delen met onze collega’s bij Alpuro Breeding en Schils. Zo kunnen we waardevolle impact hebben, niet alleen voor de kalverhouderij maar ook voor de melkveesector.’

We hebben de stal zo ontworpen dat deze aan de maatlat duurzame veehouderij voldoet.

Met Drieveld wil de VanDrie Group niet alleen klanten, maar ook andere stakeholders betrekken en samenwerking bevorderen. Waarom is dat zo belangrijk?

Mulder: ‘Als sector staan we voor grote opgaven. De VanDrie Group investeert jaarlijks ontzettend veel in onderzoek om innovaties te vinden die bijdragen aan oplossingen, met eigen R&D maar ook door deelname aan samenwerkingsverbanden. Met Drieveld willen we partijen bij elkaar brengen zodat we kennisoverdracht verder kunnen versnellen. Als marktleider zien we dat als onze verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd zijn er veel vragen over de sector. Niet alleen vanuit klanten, maar ook vanuit stakeholders en de maatschappij. Als bedrijf zijn wij altijd bezig geweest met onze producten en processen verbeteren, maar we hebben dat te weinig laten zien. Met Drieveld willen we laten zien waar we mee bezig zijn.’ 

Van Beek: ‘Daar hebben we in het ontwerp ook rekening mee gehouden. Aan de voor- en zijkant van de stal zitten veel ramen, waar iedere voorbijganger zo door naar binnen kan kijken. Binnen hebben we een speciaal zichtgedeelte gebouwd, zodat bezoekers in de verschillende verblijven kunnen kijken. Verder heeft Drieveld diverse presentatieruimten waar de VanDrie Group klanten en stakeholders kan ontvangen.’

Drieveld staat aan de rand van beschermd natuurgebied. Gezien het huidige maatschappelijk debat over landbouw, stikstofreductie en natuurverbetering kunt u zich voorstellen dat stakeholders zich afvragen, waarom daar?

Mulder: ‘Op de locatie waar we hebben gebouwd stond voorheen ook een stal. We hadden daardoor voldoende rechten om een nieuwe stal te bouwen. Deze hebben we dusdanig ontworpen dat deze voldoet aan wet- en regelgeving omtrent milieubelasting en ook de mogelijkheid heeft om verdere aanpassingen te doen mocht dit in de toekomst noodzakelijk zijn.’

Van Beek: ‘We hebben de stal zo ontworpen dat deze aan de maatlat duurzame veehouderij voldoet. Om dat certificaat te behalen moet een stal voldoen aan praktische zaken als extra isolatie, meer ruimte per dier en extra zware luchtwassers die de uitstoot van emissies fors reduceren, tot wel 70% reductie van ammoniak, 60% van fijnstof, en 45% van geur. Ook moest Drieveld energieneutraal zijn, wat we hebben gerealiseerd doordat het bedrijf energie haalt uit de restwarmte van de productieprocessen bij Alpuro.’

U noemde al, de sector staat voor een aantal grote opgaven. Hoe kijkt u beiden naar de toekomst en de rol die u ieder moet vervullen? 

Mulder: ‘We hebben duidelijke doelstellingen nodig. Als de VanDrie Group hebben we onze eigen ambities en doelstellingen, maar voor overheden zijn die net zo goed hard nodig. Als er een duidelijke stip op de horizon wordt bepaald, dan kan de sector met de kennis en kunde die aanwezig is grote stappen gaan zetten om deze te bereiken.

Van Beek: ‘Daarbij is het wel van belang dat we gebruik maken van elkaars sterke punten. De VanDrie Group zoekt met Drieveld op het gebied van voeding naar oplossingen op het vlak van onder andere diergezondheid, dierenwelzijn, emissies en circulariteit. Wij pakken diezelfde punten beet door te blijven innoveren op het gebied van stalinrichting. Ik denk dat we met de totstandkoming van Drieveld een goed voorbeeld laten zien voor hoe we als sector moeten samenwerken.’