Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

In gesprek met... Martijn Mellema, operationeel manager en  Jaap Alders, HR-manager bij T. Boer & zn

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Betrokkenheid in coronatijd: ‘Een gevoel van brothers in arms’

Al sinds 1885 is T. Boer & zn gespecialiseerd in de productie van kalfsvlees. Vanaf 1995 maakt het bedrijf uit Nieuwerkerk a/d IJssel onderdeel uit van de VanDrie Group. Voor HR-manager Jaap Alders en operationeel manager Martijn Mellema van T. Boer & zn was 2020 een jaar om niet snel te vergeten. Door de pandemie werden ze nog meer dan normaal voor belangrijke keuzes gesteld. ‘Niet altijd even makkelijk’ aldus Alders, ‘maar het was ook een tijd waarin we als organisatie dichter naar elkaar zijn gegroeid.’

Op 12 maart 2020 ging Nederland in lockdown. Veel bedrijven moesten de deuren sluiten, afzetmarkten vielen weg en grenzen gingen dicht. Welke maatregelen hebben jullie direct na de uitbraak getroffen?

Alders: ‘Net zoals de rest van Nederland wisten we niet goed wat er op ons af kwam. Als voedselverwerker vielen wij onder de ‘cruciale beroepen’ en mochten we onze activiteiten gelukkig voortzetten. Een veilige werkomgeving heeft altijd onze hoogste prioriteit, het is dan ook niet verwonderlijk dat we snel maatregelen troffen. Zo hielden wij anderhalve meter afstand en namen de temperatuur op van medewerkers bij binnenkomst – eerst via het oor, later met een voorhoofdthermometer. De medewerkers van kantoor werkten zoveel mogelijk thuis. Iedereen schakelde snel; onze eigen mensen, maar ook de inleenbedrijven waarmee we samenwerken, namen hun verantwoordelijkheid.'

Mellema: ‘Naast de praktische maatregelen die Jaap noemt, hebben de VanDrie Group dochterbedrijven direct contact met elkaar opgezocht. In de eerste weken kwamen we bijna dagelijks met een crisisteam virtueel bijeen om de situatie beheersbaar te houden. We hebben een gezamenlijk protocol uitgeschreven en deze per locatie op detailniveau verder vormgegeven. Zo is er op alle vestigingen geïnvesteerd in een vorm van luchtbehandeling. Wel in verschillende systemen overigens, om goed te kunnen vergelijken. Zo zagen we er samen op toe dat we konden blijven produceren en dat de ingestelde maatregelen zo goed mogelijk werden nageleefd.’

We hebben een gezamenlijk protocol uitgeschreven en deze per locatie op detailniveau verder vormgegeven.

Al snel werd duidelijk dat de situatie niet zomaar over zou gaan. Hoe gingen jullie daar mee om? 

Mellema: ‘We breidden onze maatregelen verder uit. Bij binnenkomst controleerden we door middel van vragenlijsten of onze medewerkers geen symptomen hadden. We stelden coronatoezichthouders aan en zorgden door vlinderen (onregelmatige pauzes) dat er zo min mogelijk gelijktijdige verplaatsingen van personeel in het gebouw waren. Ook de busjes van de inleenbureaus, die onze inleenkrachten van- en naar onze hoofdlocatie brengen, reden half bezet en onze medewerkers zaten in een zogenaamde damopstelling [red: denk aan stenen op een dambord]. De bedrijfsbeheerders van de NVWA en medewerkers van Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) die beiden toezicht houden op de slachtlijn, hadden al een eigen opgang en verblijfruimte. Zo bleef het contact met ons personeel tot een minimum beperkt.’

Alders: ‘Vanaf de tweede golf hebben we in samenspraak met de GGD een eigen testfaciliteit opgetuigd. We zorgden zelf voor alle benodigdheden, protocollen en gekwalificeerd personeel zoals een BIG-geregistreerde zorgverlener. Hierdoor konden we al onze medewerkers preventief testen en bij een indicatie of positieve test, direct de werkomgeving screenen. Wanneer sprake was van een besmetting deden we ook zelf aanvullend bron- en contactonderzoek, naast het reguliere bron- en contactonderzoek van de GGD. Het was echt een aanvullende controlemaatregel bovenop alle maatregelen die wij al hadden doorgevoerd.'

Hoe belangrijk is communicatie in zo’n situatie?

Mellema: ‘Die is essentieel. Communiceren doen we waar mogelijk in acht talen. We informeren al onze medewerkers via een weekbrief, een aparte corona-update, met berichten op de schermen in onze kantines en door middel van een werkelijks productieoverleg met leidinggevenden.’

Alders: ‘Daarnaast lag onze focus op het inrichten van een verantwoorde werkomgeving en het continu herhalen van de regels om de bewustwording hoog te houden. Met maatregelen kun je veel beïnvloeden, maar uiteindelijk ben je aangewezen op de discipline van de mensen zelf. Daarnaast hadden wij  regelmatig contact met externe instanties zoals de veiligheidsregio, de regionale GGD, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW), NVWA, COV en Arbodienst.’

In mei 2020 werden in Nederland verschillende slachterijen gesloten door corona-uitbraken onder het personeel. In de media moest vooral de buitenlandse inleenkracht het ontgelden. Wat deed deze berichtgeving met jullie? 

Mellema: ‘De kans op sluiting zorgde ook voor de nodige druk binnen onze organisatie. Als T. Boer & zn staan we open voor kritiek, maar we herkenden ons niet in het geschetste beeld. We weten dat er onder de uitzendbureaus in Nederland cowboys zijn en dat zaken misgaan bij de inhuur van arbeidsmigranten. Als de VanDrie Group nemen we altijd onze verantwoordelijkheid. En niet alleen tijdens een pandemie; we willen altijd goed voor ons mensen zorgen.’

Alders: ‘Ik krijg een vervelend gevoel bij de term arbeidsmigrant; het heeft een negatieve lading. Wij hebben het over inleenkrachten en behandelen ze niet anders dan ons eigen personeel. Ze werken onder dezelfde cao, bouwen pensioen op bij dezelfde pensioenregeling, krijgen dezelfde trainingen, bedrijfskleding en personeelsattenties. Het merendeel van onze inleenkrachten heeft zich in Nederland gevestigd en beschikt over eigen huisvesting. Slechts een klein deel verblijft in woningen van de inleenbureaus. Op de huisvesting van de bureaus hebben we zelf extra audits uitgevoerd en hierbij zijn we aangenaam verrast. De kwaliteit van de huisvesting is zodanig dat menig student hier jaloers op zou zijn qua ruimte en voorzieningen.’

Preventie- en beheersmaatregelen hebben geholpen, maar allesbepalend waren onze medewerkers zelf.

2020 was een jaar dat we niet snel zullen vergeten. Welke lessen hebben jullie geleerd?

Mellema: ‘Met volle overtuiging hebben we geprobeerd voor iedereen een zo veilig mogelijke werkomgeving te creëren. We gingen soms best ver in bepaalde maatregelen en zijn ook weleens tekort geschoten, maar het moet wel werkbaar blijven. Met de kennis van nu zou ik bijvoorbeeld eerder naar een vertaalbureau zijn gestapt zodat alle communicatie ook direct in alle talen beschikbaar was.’

Alders: ‘Met terugwerkende kracht zou ik wel pro-actiever willen hebben gehandeld. Dat neem ik mee naar de toekomst. Ondanks de lastige momenten kijk ik terug op een bijzondere periode. Preventie- en beheersmaatregelen hebben geholpen, maar allesbepalend waren onze medewerkers zelf. Als je ziet hoe we als organisatie dichter naar elkaar gegroeid zijn, ook in mijn samenwerking met Martijn, is dat heel bijzonder. Er ontstond zoveel betrokkenheid in het bedrijf; een gevoel van brothers in arms.’