Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Voortgang MVO-doelen

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Diergezondheid en dierenwelzijn

We luisteren naar de wereldwijd toenemende maatschappelijke aandacht voor het verbeteren van dierenwelzijn in dierlijke eiwitketens. Het is onze verantwoordelijkheid om de intrinsieke waarde en behoeften van kalveren in onze keten te garanderen. We blijven kritisch op onze eigen handelswijze en verbeteren onszelf continu. We zoeken zelf en in samenwerking met melkvee- en kalverhouders en kennispartners naar manieren om de algemene diergezondheid te verbeteren en dierziekten terug te dringen. Hierdoor kunnen we het antibioticagebruik in onze keten verder reduceren.

Dierenwelzijn in vleessector vraagt om maximale samenwerking

Werken met dieren is in de vleessector aan strenge wettelijke eisen gebonden. Onze vleesverwerkende bedrijven staan onder permanent toezicht van diverse autoriteiten en cameramonitoring. Daarnaast zijn strikte dierenwelzijnsprotocollen op sector- en individueel bedrijfsniveau geïmplementeerd. Het aantal dierenwelzijnsincidenten dat in vleesverwerkende bedrijven plaatsvindt, weet de vleessector daardoor tot een minimum te beperken. Maar, dat aantal moet naar nul, stelt de Nederlandse Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV).

In 2020 gingen leden van de COV, waaronder de VanDrie Group, met elkaar in gesprek om te komen tot een sectorale gedragscode dierenwelzijn. Karel de Greef, onderzoeker Veehouderij en samenleving bij Wageningen Livestock Research, begeleidde dit traject.

Karel de Greef: “Het traject besloeg tal van gesprekken met medewerkers uit meerdere organisatielagen van de verschillende deelnemende organisaties, waaronder ook VanDrie-dochters Ekro en T. Boer & zn. Denk aan directieleden en locatiemanagers, Animal Welfare Officers (AWO), kwaliteitsmanagers en medewerkers in de productie die dagelijks met dieren werken. Een belangrijk onderdeel van het traject was daarnaast dat stalbazen en AWO’s van de bedrijven elkaars productielocaties bezochten, om te zien en bespreken hoe het er bij de ander aan toe gaat. De inzichten uit de gesprekken en bezoeken dienden als basis voor de inhoud van de gedragscode.

Het is essentieel dat bedrijven in de vleessector meer samen optrekken, om te reflecteren op elkaars werkwijzen rondom het borgen van dierenwelzijn en van elkaar te leren.

Een trefwoord wat het traject vangt is ‘samenwerking’. Samen in meerdere betekenissen. Het werken met dieren blijft maatwerk. Aan de lijn moet de samenwerking tussen de mensen maximaal zijn, om adequaat te kunnen reageren op diergedrag en afwijkingen in het proces. Maar ook tussen bedrijven; het is essentieel dat bedrijven in de vleessector meer samen optrekken, om te reflecteren op elkaars werkwijzen rondom het borgen van dierenwelzijn en van elkaar te leren. Een evenzo cruciaal onderdeel is deze houding te implementeren bij medewerkers die met dieren werken. 

Op basis van de inzichten uit dit traject heeft de sector de ‘Code voor dierenwelzijn op de slachterij’ opgesteld, die begin mei 2021 van kracht ging. Belangrijke maatregelen die in de Code zijn opgenomen beslaan, zijn: het aangaan van duurzame arbeidsverbanden met medewerkers die in de stal werken, het uitwisselen van ervaringen en ‘best practices’, intensievere scholing van medewerkers en het betrekken van externe dierenwelzijnsspecialisten. Met het traject is door bedrijven in de vleessector bewust gekozen om openheid naar elkaar te tonen. Men blijft op het gebied van zorgvuldig omgaan met dieren bij elkaar achter de voordeur kijken. Het is nu de uitdaging om te zorgen dat het samen de schouders eronder zetten in alle lagen van de bedrijven scherp op het netvlies komt en blijft.”

Lees hier meer over de ‘Code voor dierenwelzijn op de slachterij’.

Import

In 2020 was ongeveer 60 procent van de kalveren in het Nederlandse deel van onze integratie afkomstig van Nederlandse melkveebedrijven. Dit betekent dat we afhankelijk zijn van import om te voldoen aan de vraag vanuit de markt. De kalveren uit het buitenland waren voornamelijk afkomstig uit buurland Duitsland: 30 procent van de kalveren uit onze integratie hebben een Duitse nationaliteit. De overige 10 procent van de kalveren is afkomstig uit andere EU-lidstaten, voornamelijk uit België, Luxemburg, Denemarken, Estland, Ierland en Litouwen. We brengen het aantal kalveren dat over langere afstand wordt vervoerd al jaren terug. Ten opzichte van referentiejaar 2009 is langeafstandsvervoer in 2020 met 32 procent afgenomen. In 2020 hebben we ons doel op dit thema verder geconcretiseerd. Zo hebben we besloten om voor 2025 te stoppen met de import van kalveren uit Oost-Europa naar Nederland. Met dit besluit voeren we de sectorale doelstelling om 20 procent van de transporten van lange duur in 2030 te reduceren, versneld uit.

Preventie van dierziekten en reductie antibiotica

De afgelopen decennia is in onze VanDrie-keten flink geïnvesteerd in diergezondheidsmanagement. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke terugdringing van het antibioticagebruik. De reductie over 2020 ten opzichte van 2007 bedraagt 63,2 procent. We zetten ons in om het gebruik van antibiotica de komende jaren verder te reduceren. Op sectoraal niveau is de doelstelling om in 2022 het gebruik van antibiotica met nog eens 15 procent te verlagen ten opzichte van 2017. In 2020 hebben we ten opzichte van 2017 een reductie van 15,4 procent weten te realiseren, hiermee hebben wij ons doel versneld weten te behalen. Via onderzoek wordt veel kennis vergaard die in de praktijk gebruikt kan worden om verdere reductie ten opzichte van de sectorale doelstelling in 2022 te behalen.  

Zo was in 2020 de VanDrie Group actief in een onderzoekstraject naar polyserositis (ontsteking van de lichaamsholte vliezen bij kalveren) door de bacterie Mannheimia haemolytica in de Nederlandse kalverhouderij. Mannheimia haemolytica bevindt zich bij gezonde dieren in de neus- en keelholte en rondom de amandelen. Als de dieren echter onder stress staan, of wanneer de weerstand is verzwakt door een infectie, kan de bacterie zich in de bovenste luchtwegen explosief vermeerderen. De grote hoeveelheden bacteriën worden dan door het dier geïnhaleerd en nestelen zich in de diepere luchtwegen, waar ze in korte tijd long- en borstvliesontsteking kunnen veroorzaken. Zieke dieren kunnen via direct contact of via versmering van hun slijm of neusvocht andere groepsgenoten besmetten. In het onderzoekstraject is pathofysiologisch en epidemiologisch onderzoek gedaan naar oorzaken van deze ziekte zodat betere sturing gegeven kan worden om de incidentie van polyserositis te verlagen.

In 2020 en 2021 heeft de VanDrie Group deelgenomen in een sectoraal onderzoek naar salmonellose op kalverbedrijven. Salmonellose wordt veroorzaakt door de salmonellabacterie. Runderen kunnen deze bacteriën opnemen via de voerbak. Vervolgens nestelen de bacteriën in het maagdarmkanaal, waar ze voor ontstekingen zorgen. Na besmetting scheiden dieren gedurende enkele weken via de mest de bacteriën uit. Zo kunnen ook groepsgenoten besmet worden. Ook kan het worden overgedragen via bezoekers, kleding, gereedschap of instrumenten omdat de bacterie buiten het dier in leven kan blijven. De meest gevoelige leeftijd voor een infectie bij runderen ligt tussen twee weken en drie maanden leeftijd. Binnen het sectorale onderzoek is een studiedag georganiseerd voor dierenartsen, adviseurs en kalverhouders. Ook wordt een speciaal hygiëneprotocol ontwikkeld dat in de praktijk gebruikt kan worden om uitbraak van salmonellose te voorkomen.

Lees hier hoe we samen met professionals elke dag werken aan de preventie van dierziekten en het verbeteren van welzijn.

Veilige en complete diervoeders

Waar kalveren voor 2009 behoorlijk eenzijdige voedering kregen, voornamelijk kalvermelk, is dat afgelopen decennium gigantisch veranderd. Het aandeel ruwvoer in het voederpakket is in 2020 met 150 procent toegenomen ten opzichte van 2012. Daarmee is een aanzienlijk deel van de melk vervangen door meer krachtvoer en ruwvoer. De verschuiving van melk naar meer plantaardige grondstoffen levert een vitaler en gezonder kalf. De pens maakt meer vitamine B aan en er zit ijzer in ruwvoer. Meer ruwvoer draagt zo bij aan soorteigen gedrag, zoals herkauwen, en het bevordert tegelijkertijd de gezondheid.

Voeding voor kalveren speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van de kalverhouderij. Een betere pensfermentatie en voerbenutting zorgt namelijk voor een vermindering van ammoniak- en methaanemissies. Een optimale samenstelling van voeders met ruw- en krachtvoer zorgt voor een lagere stikstof- en fosforinput en minder verlies van ammoniak en methaan in de kalverhouderij. De VanDrie Group heeft via R&D-onderzoek de laatste jaren nieuwe inzichten gekregen over de fosfaatbehoefte van kalveren. Daarmee kan het fosfaatgehalte in voeders omlaag gebracht worden. In 2020 hebben we een resultaat weten te bereiken van -6,2 procent ten opzichte van 2018.

Dierenwelzijn in de keten

Het borgen van dierenwelzijn is essentieel. We beseffen dat de slacht van dieren het meest kritische punt is in onze productieketen. Daarop mogen we worden aangesproken. We nemen, van wie dan ook, signalen over het mogelijk niet voldoen altijd uiterst serieus. De Franse dierenrechtenorganisatie L214 heeft begin 2020 beelden online gezet die gemaakt zijn bij kalfsvleesverwerker Sobeval, een dochterbedrijf van de VanDrie Group. De beelden tonen volgens L214 aan dat Sobeval zich niet hield aan voorschriften rond de slacht. L124 diende voorts bij de Officier van Justitie van Périgueux een klacht in. Bij Sobeval werd in de tussentijd administratief onderzoek uitgevoerd door het Franse ministerie van Landbouw. Dit leidde tot een verbetertraject bij Sobeval; er werd een uitgebreid opleidingsprogramma gegeven aan medewerkers. De aanklager van Périgueux heeft in oktober 2020 gemeld dat de zaak zou worden gesloten. Sobeval is niet vervolgd.