Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

SDG 13: Klimaatactie

In gesprek met… Eltjo Bethlehem, businessmanager van het Calf Expertise Centre

Het Calf Expertise Centre wil een wezenlijke bijdrage leveren aan de vernieuwing in de kalverhouderij

In september 2022 is op initiatief van de Stichting Brancheorganisatie Kalverhouderij (SBK) het Calf Expertise Centre (CEC) opgericht. In het CEC, gevestigd in Barneveld, werken brancheorganisaties, het bedrijfsleven, de overheid en diverse kennisinstellingen uit de kalversector samen. Zij bundelen hun kennis en expertise om projecten rondom de thema’s milieu, mest en ammoniak te faciliteren en stimuleren. Eltjo Bethlehem is businessmanager van het CEC.

Eltjo, wat was de aanleiding voor de oprichting van het CEC?

Eltjo: “In de coronatijd werd de kalverhouderij behoorlijk getroffen, de afzet van kalfsvlees stagneerde en inkomsten voor de kalverhouder vielen weg. Er was echter geen enkele regeling om kalverhouders te compenseren. De gemeente Barneveld, waar een aanzienlijk aantal kalverhouders gevestigd is, wilde wat voor deze kalverhouders doen. Diverse vertegenwoordigers uit de kalversector staken in 2021 de koppen bij elkaar en bespraken hoe de kalverhouders geholpen konden worden. Eén van de voorstellen was het opzetten van een onafhankelijk kenniscentrum om emissiereductie te onderzoeken en omgevingsvraagstukken te behandelen. Dat mondde een jaar later uit in het Calf Expertise Centre.”

Wat doet het CEC?

“Het CEC bestaat globaal uit twee delen. Ten eerste verzorgen wij vaste ondersteuning aan kalverhouders. Zo hebben we onder andere een telefoonnummer waar iedereen met zijn vragen terecht kan. Een innovatiemakelaar helpt bedrijven die willen innoveren en ondersteunt ze bij het aanvragen van subsidies of het vinden van de juiste partijen om ideeën in de praktijk te brengen. Daarnaast zijn we betrokken bij verschillende projecten. Dat zijn projecten die we zelf opstarten, maar ook reeds lopende zaken. De focus ligt daarbij inhoudelijk op milieu, mest en ammoniak. Driekwart van de projecten hebben te maken met deze aandachtsgebieden, de overige hebben bijvoorbeeld betrekking op de overgang van kalveren van melkveehouder naar kalverhouder.”

Door mest en urine op te vangen in ammoniakarme vloeistof, vermindert de ammoniakemissie uit de stal met vijftig procent of meer.

Eén van jullie lopende projecten is het KISS-project. Wat houdt dat in?

“KISS staat voor Keep It Simple & Smart. Door mest en urine op te vangen in ammoniakarme vloeistof die retour komt van kalvergierbewerkingsinstallaties, vermindert de ammoniakemissie uit de stal met vijftig procent of meer. Dit moet in de praktijk worden bewezen. Als CEC hebben wij een betrokken, centrale rol in dit project. We actualiseren het plan indien nodig en zorgen dat de verschillen partijen, zoals kalverhouders, het bedrijfsleven en de overheid, betrokken blijven.”

Bij welke projecten omtrent de ammoniakemissie zijn jullie nog meer betrokken?

“We zijn ook betrokken bij enkele projecten rondom het scheiden van mest en urine, om op die manier ammoniakvorming te voorkomen. Het mestpannensysteem is daar een voorbeeld van. In de varkenshouderij is dit systeem, dat ook toepasbaar is door ombouwen van bestaande stallen, al uitgebreid getest. Daar werkt het goed en biedt het veel perspectief, maar het is in de kalverhouderij niet zomaar één op één over te nemen. De basisprincipes zijn wel hetzelfde, maar de praktische uitvoering niet. De huisvesting verschilt daarvoor te veel.

 De VanDrie Group is een van de betrokken partijen bij beide projecten. Na de fase van het meten en testen komt het erkenningstraject en moet aangetoond worden dat de systemen breed toepasbaar en bovendien betaalbaar zijn. Als je heel optimistisch bent, is dit in anderhalf jaar te realiseren, maar in de praktijk loop je altijd tegen onverwachte dingen aan. Drie jaar is daarom wellicht een realistischere tijdsspanne.”

De projecten van het CEC verlopen allemaal volgens een bepaald stramien. Hoe ziet dat eruit?

“Het start altijd met het signaleren van ontwikkelingen, onder andere via de SBK. Vervolgens gaat het om goed luisteren: wat is precies het probleem? Daarna kijken we of een zelfde soort probleem al ergens anders in Nederland of in het buitenland speelt en hoe er daar mee wordt omgegaan. Kunnen we dingen overnemen of combineren? Dus geen zaken dubbel doen. Is er nog geen oplossing, dan gaan wij de partijen bij elkaar brengen die nodig zijn om het doel te bereiken. Het plan van aanpak bestaat vervolgens uit drie stappen. Als eerste gaan we op zoek naar een geschikte testomgeving, een stal waar we mogen testen en meten. Daarvoor benaderen we één, maar meestal meerdere kalverhouders. De tweede stap is het onderzoeksinstituut of -organisatie die met de metingen en de meetresultaten aan de slag gaat. Ten slotte melden we ons bij de TAP, de technische Advies Pool van de RVO, om de erkenning te regelen.”

Het start altijd met het signaleren van ontwikkelingen. Vervolgens gaat het om goed luisteren: wat is precies het probleem?

Wat moet er volgens jou gebeuren om tot een duurzame kalverhouderij te komen en wat is de rol van het CEC daarin?

“Emissiereductie staat qua actualiteit nu ver bovenaan. Het ultieme doel is wat mij betreft dat de kalverhouderij haar bijdrage levert aan emissiereductie.  We proberen als CEC andere partijen te motiveren om ook dit doel na te streven. Dit doen we door showcases te laten zien: voorbeelden van bepaalde oplossingen die elders, bijvoorbeeld in andere sectoren, al succesvol uitgevoerd worden. We delen successen, en niet onbelangrijk: we accepteren ook tegenslagen. Kalverhouders zijn over het algemeen zeer bereid om mee te werken. Van weerstand is geen sprake, iedereen weet dat er iets moet gebeuren. Wel is er veel onzekerheid, want we weten niet waar we naartoe gaan met z’n allen.”

Wat is de rol van de VanDrie Group binnen het CEC?

“De VanDrie Group heeft een grote rol binnen de thema’s waar wij aan werken. VanDrie neem deel in de hele keten en kan daardoor zelf veel organiseren, meer dan een individuele ondernemer kan. Ze hebben als ketenpartner een voorbeeldfunctie en dat pakken ze goed aan. Ze stralen ambitie uit en werken actief mee aan projecten zoals rond emissiereductie.”

Iedereen weet dat er iets moet gebeuren. Wel is er veel onzekerheid, want we weten niet waar we naartoe gaan met z’n allen.

Wat zijn je verwachtingen voor de toekomst?

“Er gaat veel veranderen in de kalversector, zeker met het oog op de stikstofproblematiek. In de kalversector ligt de prioriteit op mest en ammoniak. Daar hebben we als CEC de handen vol aan. Natuurlijk spelen er ook andere thema’s die vooral betrekking hebben op diergezondheid en dierenwelzijn, zoals antibioticagebruik en zoönose. Die thema’s zijn ook heel belangrijk, maar wij leggen vooralsnog de focus op de zaken rondom mest en ammoniak Het onderwijs op het gebied van de kalverhouderij, zowel op mbo- als hbo-niveau, is al goed geregeld. Daar moeten we als CEC vooral stimuleren en gebruik van maken om onze energie vooral aan de andere zaken, zoals praktijkonderzoek te kunnen besteden. Wat goed is, moet goed blijven. We richten ons op de zaken die extra aandacht nodig hebben, die versnelling nodig hebben. Op die manier hopen we kalverhouders perspectief te bieden in deze voor hen onzekere tijd.”