Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

In gesprek met .... Henk Flipsen, directeur Nevedi

In 2050 zal de wereldbevolking zijn toegenomen tot zeker negen miljard mensen. In nog geen veertig jaar tijd komen er dus 2 miljard mensen bij die moeten wonen, werken en eten. Dit betekent dat de voedselproductie omhoog moet, zonder ecosystemen verder aan te tasten. Dierlijke eiwitproducenten kunnen hierin een belangrijke rol te vervullen. Dat geeft echter wel een diepere verantwoordelijkheid, zoals het duurzamer produceren van diervoeder. Als directeur van de Nederlandse Vereniging van Diervoederindustrie, oftewel Nevedi, ziet Henk Flipsen de ontwikkelingen van dichtbij. In gesprek over de rol van de diervoedersector in een verantwoorde voedselproductie. 

Nevedi vervult een belangrijke agenderende en coördinerende rol in de Europese diervoedersector. Hoe is deze ontstaan?

‘Als werkgeversorganisatie richt Nevedi zich op meerdere inhoudelijke speerpunten. Dat zijn arbeid, diervoederwetgeving, -kwaliteit & -veiligheid en duurzaamheid & innovatie. Dit laatste speerpunt concentreert zich vooral op grondstoffencertificering, klimaat en herkomst en wordt afgelopen jaren steeds belangrijker. Soja en palmolie zijn in Nederland in het oog springende grondstoffen in de dialoog over verduurzaming. Die aandacht is zo’n vijftien jaar geleden ontstaan toen een aantal NGO’s via campagnes aandacht vroeg voor de grootschalige ontbossing van het Amazonegebied voor sojaproductie. Dit leidde terecht tot grote maatschappelijke verontwaardiging. Onze sector heeft toen haar verantwoordelijkheid genomen. Sinds die tijd houden we ons met onze leden intensief met grondstofcertificering bezig. We waren bijvoorbeeld medeoprichter van de Round Table on Responsible Soy (RTRS).’

Tot welke resultaten heeft dat geleid?

‘Een belangrijke mijlpaal werd bereikt in 2015. Nederland was voorzitter van de Europese Unie en in navolging van het Klimaatakkoord van Parijs is de Amsterdam Declaration Partnership voor het tegengaan van ontbossing aangenomen. Inmiddels werkt Nederland hier met acht andere landen en een groot aantal NGO’s in samen. Gelijktijdig voldoet overigens alle soja die in Nederland voor diervoer wordt gebruikt aan de FEFAC-soy sourcing guidelines (FSSG). Dit is een referentiesysteem waarin negentien in Europa gebruikte schema’s die aan deze guidelines voldoen zijn samengebracht. Dit wordt onafhankelijk getoetst door het International Trade Centre (ITC), een aan de Verenigde Naties gelieerde organisatie. Zo is RTRS ook één van de schema’s die onder FSSG vallen. FSSG gaat uit van criteria, zoals verantwoorde arbeidsomstandigheden, respect voor landrechten, bescherming van gemeenschappen en natuurlijk duurzame landbouwpraktijken, dus het tegengaan van ontbossing.’

Toch blijft de discussie over certificering en de traceerbaarheid van grondstoffen bestaan. Hoe werkt Nevedi hier aan en welke rol spelen jullie stakeholders hierin?

Henk Flipsen

‘Wij willen een waterdicht systeem van duurzame productie. Voor de planeet, inheemse volkeren, boeren en natuurlijk ook voor onszelf. We willen daar verdere stappen in maken. In het nu veelal gehanteerde ‘book and claim’-systeem koopt de handelaar soja bij producenten die werken volgens één van de schema’s dat voldoet aan de FSSG. Deze soja wordt om kostentechnische redenen gemengd met niet-gecertificeerde soja. De koper ontvangt weliswaar fysiek niet of slechts een klein deel van de door hem bestelde gecertificeerde soja, maar waarborgt wel dat hetgeen hij inkoopt ergens volgens onze richtlijnen is geteeld. Graag willen we als Nevedi kunnen garanderen dat de soja die onze leden in hun diervoeders verwerken ook daadwerkelijk via onze duurzame standaarden is geproduceerd. Dus een fysieke koppeling. We zijn daarom gestart met zogenaamde ‘area mass balance’-certificaten. Die certificaten waarborgen dat de geleverde soja uit regio’s komt waarvan we zeker weten dat die niet recent ontbost zijn. Wanneer deze fysiek gescheiden stroom vervolgens binnenkomt in een haven in Europa kan daarmee de duurzame herkomst van gebruikte soja worden gegarandeerd.  

Hierdoor werken we als bedrijfsleven aan een systeem waarmee we praktisch kunnen werken, dat zorgt voor de juiste teeltomstandigheden en waar we onze stakeholders in het bedrijfsleven en overheden maar ook NGO’s zoals Greenpeace of WWF in kunnen meenemen.’

Hoe kijkt u aan tegen het Europees beleid ten aanzien van ontbossing?

‘In het kader van de Green Deal heeft Eurocommissaris Frans Timmermans een nieuwe conceptverordening uitgevaardigd om de door de EU veroorzaakte ontbossing en bosdegradatie te beteugelen. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in Nederland is gestart met een impactstudie naar de effecten van de verschillende certificeringsystemen op ontbossing. In plaats van te zeggen dat wij grondstoffen uit bepaalde productielanden niet meer willen hebben, blijven we graag met hen in gesprek om ontbossing tegen te gaan. Wij zijn heel benieuwd naar de uitkomsten en aanbevelingen. We werken hier graag aan mee als het ook echt werkt.’ 

Uitgangspunt is dat we onze productie zo veel mogelijk plaatsen in de circulariteit. Als we goed met onze planeet willen omgaan, dan moet je circulair zijn, dus efficiënt en doelmatig.

Henk Flipsen

Wat is uw visie op een duurzame voedselproductie?

‘Uitgangspunt is dat we onze productie zo veel mogelijk plaatsen in de circulariteit. Als we goed met onze planeet willen omgaan, dan moet je circulair zijn, dus efficiënt en doelmatig. Het is de boer eigen, het doelmatig produceren van voedsel. In Nederland kun je dat mijns inziens allemaal optimaliseren. Daarom is Nederland zo uniek op agrarisch gebied.'

Iedereen in de diervoersector weet hoe belangrijk soja bijvoorbeeld is voor een rantsoen. Dus kun je het weglaten?

Ja, er is geen kalf, geen kip, geen varken dat zonder soja niet zal groeien, maar het gaat allemaal veel minder efficiënt. De aminozuursamenstelling van soja is uniek en zeer geschikt als diervoeder en dus de ontwikkeling van het dier.

Ik plaats het gebruik van soja graag in perspectief. Als je Nederland zelf pakt en alle sojagebruik, dan hebben we het over een 0,5% van de totale wereldproductie. En als we kijken naar het gebruik van sojameel ten behoeve van de Europese diervoederindustrie, dan is dat maar 10% van de gehele wereldproductie. Dat is nog steeds een flink volume, maar mondiaal gezien maar een beperkte hoeveelheid. Het is dus een hele kunst om vanuit de EU op wereldwijd niveau de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Anders is het dweilen met de kraan open.

Het hoger doel is dat een dier in de fase dat hij voedsel produceert een goed bestaan heeft, gezond is en dat efficiënt doet door gebruik van grondstoffen die zo min mogelijk belastend zijn voor het milieu. Ook moeten wij als sector zorgen dit alles zo optimaal mogelijk aansluit bij de klimaatdoelstellingen. Bijvoorbeeld door de soja-import uit Zuid-Amerika te vervangen door verantwoord geproduceerde soja of andere eiwitrijke grondstoffen uit Europa, zoals erwten, veldbonen en raapzaadschroot. Of door het gebruik van co-producten uit andere industrieën.’